U bent hier: Skip Navigation LinksHome>> Achtergrond

Achtergrond

Inleiding
De Stoffenmanager verf- en drukinktindustrie is een digitaal instrument voor het beoordelen, prioriteren en beheersen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen op de werkplek. Met het model kunt u de risico's van gevaarlijke stoffen inzichtelijk maken, waardoor op een gestructureerde en verantwoorde manier kan worden omgaan met deze stoffen. Het model combineert de gevalideerde rekenregels van de generieke Stoffenmanager met branchespecifieke terminologie. Het model is gekoppeld aan een eigen Oplosmiddelen database.
Met het model kunt u:

  • de RI&E gevaarlijke stoffen uitvoeren
  • de daggemiddelde blootstelling aan verschillende oplosmiddelen beoordelen
  • een plan van aanpak opstellen
  • een register gevaarlijke stoffen en CMR stoffen opstellen
  • werkplek instructie kaarten (WIK) aanmaken
  • rapportages genereren

Uitvoeren risicobeoordeling inhalatie
Om risicobeoordelingen met het model uit te voeren dient u eerst bepaalde productgegevens in te voeren. Zo dient u onder andere aan te geven uit welke componenten het product is samengesteld. Bevat uw product oplosmiddelen, dan kunt u deze zeer waarschijnlijk direct selecteren uit de Oplosmiddelen database. Deze database bevat informatie over oplosmiddelen, zoals dampspanningen en grenswaarden van componenten. U kunt ook andere componenten aanmaken die niet in de Oplosmiddelen database voorkomen.

Na het invoeren van productgegevens kunt u voor die producten een risicobeoordeling voor inademing uitvoeren. U beantwoordt dan specifieke vragen over de uitgevoerde taak, de werkomstandigheden en de toegepaste beheersmaatregelen. Door het model wordt vervolgens voor elke in het product aanwezige component een concentratie in mg/m3 berekend.

Om een waarde in mg/m3 te kunnen berekenen is eerst een speciale validatie studie uitgevoerd. Daarbij zijn de Stoffenmanager scores (kwalitatief) uitgezet tegen blootstellingsconcentraties in mg/m3 van in de praktijk uitgevoerde metingen. Op deze manier is voor veel Stoffenmanager scenario's een set van meetdata verzameld. Het meenemen van meerdere meetdata per scenario is belangrijk, omdat daarmee ook de spreiding in de meetresultaten kan worden meegenomen. Er is voor gekozen om per scenario niet het gemiddelde (50-percentiel) van de in de praktijk uitgevoerde metingen te presenteren, maar het zogenaamde 90-percentiel, ook wel worst case concentratie genoemd. Dit 90-percentiel wil zeggen dat in 90% van de gevallen de daadwerkelijke blootstelling lager zal liggen dan de gepresenteerde waarde, in slechts 10% van de gevallen hoger. Op deze manier wordt rekening gehouden met de variatie in de blootstellingsconcentratie bij uiteenlopende werkomstandigheden. Het is een conservatieve benadering die nationaal en internationaal geaccepteerd is.

De uitkomsten van de Stoffenmanager Verf- en Drukinktindustrie moeten worden getoetst aan de grenswaarden voor de betreffende componenten. Van elke component wordt daarom de Risk Characterization Ratio berekend. Dit is de blootstellingsconcentratie aan die component gedeeld door de grenswaarde van de component. Een RCR-taak >1 duidt op een overschrijding van de grenswaarde tijdens de uitgevoerde taak. Wanneer de blootstellingsconcentraties boven de grenswaarde uitkomen kunnen direct beheersmaatregelen worden getroffen om de blootstelling aan oplosmiddelen of andere stoffen terug te dringen. Dit kan door selectie van beheersmaatregelen. Met de Stoffenmanager Verf- en Drukinktindustrie kan het effect van deze maatregelen worden berekend. Wanneer u de geselecteerde beheersmaatregelen wilt gaan toepassen kunt u deze opnemen in het Plan van Aanpak. In plaats van direct beheersmaatregelen toepassen kan ook gekozen worden voor het uitvoeren van metingen voor een meer gedetailleerdere beoordeling van de blootstelling. Hiervoor dient gebruik gemaakt te worden van het opgestelde Protocol Oplosmiddelen.

Om te bepalen of de taakblootstelling de 8-uurs grenswaarde overschrijdt kan met het model ook de daggemiddelde concentratie worden berekend. Ook is het mogelijk de daggemiddelde concentratie voor meerdere oplosmiddelen en meerdere producten of taken te beoordelen. Op deze manier wordt duidelijk of de daggemiddelde blootstelling aan oplosmiddelen de toegestane waarde niet overschrijdt. Om de daggemiddelde blootstelling aan alle op een dag gebruikte oplosmiddelen te berekenen wordt eerst de daggemiddelde blootstelling aan een bepaalde component berekend (RCR-daggemiddelde). Vervolgens kunnen de verschillende RCR-daggemiddelden bij elkaar worden opgeteld tot een RCR-totaal. Een RCR-totaal >1 duidt op een overschrijding van de toegestane blootstelling aan oplosmiddelen.

Voorbeeld:
U werkt op een dag met twee verschillende producten, product A gebruikt u 2 uur, product B 3 uur. Beoordeling van deze twee producten levert de volgende blootstellingsconcentraties op:

Product A: Taakconcentraties (mg/m3) Grenswaarde (mg/m3) Product B Taakconcentraties (mg/m3)
Xyleen 100 210 Xyleen 60
Ethylbenzeen 50 215 Tolueen 90
Tolueen 120 150    

Berekenen daggemiddelde concentratie per component:
  1. Xyleen = ((120 x 100) + (180 x 60))/480 = 47,5 mg/m3
  2. Ethylbenzeen = (120 x 50) / 480 = 12,5 mg/m3
  3. Tolueen = ((120 x 120) + (180 x 90)) / 480 = 63,8 mg/m3
Berekenen RCR-totaal:
Component Daggemiddelde Concentratie (mg/m3) RCR-daggemiddelde
Xyleen47,50,23
Ethylbenzeen12,50,058
Tolueen63,80,43
RCR-totaal = 0,23 + 0,058 + 0,43 = 0,72

Achtergrond blootstellingsmodel ademhaling
Het model voor blootstelling via de ademhaling is gebaseerd op het wetenschappelijk aanvaardde concept van Cherrie: er is een bron van de stof (emissie), de stof komt via de omgeving bij een werker (transmissie) en een deel komt dan op of in de werker (immissie). De emissie is afhankelijk van stofeigenschappen (dampspanning, stoffigheid) en de handeling die wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld spuiten, storten). Voor transmissie spelen afscheiding van de bron en ventilatie een grote rol. Vlak bij de werker maakt het veel uit wat voor kleding en/of beschermingsmiddelen worden gedragen. Al deze factoren leveren via een formule een blootstellingsschatting op. Voor vloeistoffen kan de mate van verdunning met water van het product worden meegenomen in het bepalen van de gevaarsklasse.

Uitvoeren risicobeoordeling huid
De Stoffenmanager Verf- en Drukinktindustrie bevat ook een huidmodel. Dit is een prioriteringsinstrument dat risico's op basis van gevaarseigenschappen van producten rangschikt in combinatie met de geschatte blootstelling aan die producten tijdens handelingen. De berekeningen vinden op een kwalitatieve wijze plaats, waarbij het resultaat een relatieve risicoclassificatie is.

Achtergrond blootstellingsmodel huid
Voor huidblootstelling is gebruik gemaakt van het model van RISKOFDERM dat er sterk op is gericht om handelingen precies in kaart te brengen. De geschatte huidblootstellingen worden op basis van de handelingen via verschillende routes (direct contact met de stof, via de lucht, door het aanraken van voorwerpen) bij elkaar opgeteld. De eindscore staat onder invloed van factoren als het blootgestelde huidoppervlak, kleding, hoeveel product er wordt gebruikt en de duur van de taak. Het model is gebaseerd op een groot aantal metingen uit praktijksituaties en kan daarom als valide worden beschouwd. Doordat het model heel anders is dan de Stoffenmanager Verf- en Drukinktindustrie is er alleen voor de stofinformatie overlap tussen de twee beoordelingen.

In de Stoffenmanager Verf- en Drukinktindustrie zijn alleen de handelingstabellen van de huidmodule branchespecifiek gemaakt. De overige vragen zijn identiek aan het RISKOFDERM model. Hierdoor is het mogelijk dat sommige omschrijvingen of vragen vrij generiek overkomen en minder herkenning oproepen bij de gebruiker van de Stoffenmanager Verf- en Drukinktindustrie.

Wet- en Regelgeving
In artikel 4.2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit is geregeld dat voor gevaarlijke stoffen een nadere inventarisatie en evaluatie geldt (een zogenaamde "RI&E stoffen"). Dit is een nadere uitwerking van de plicht tot het opstellen van een algemene risico-inventarisatie en evaluatie.

De Stoffenmanager Verf- en Drukinktindustrie voert een nadere inventarisatie en evaluatie conform artikel 4.2 uit waarbij de aard (via ademhaling en/of huid), mate, duur en frequentie van de blootstelling aan producten wordt beoordeeld. De Stoffenmanager Verf- en Drukinktindustrie gaat hierbij verder dan algemeen gebruikte RI&E instrumenten.

Geldigheidsdomein
De Stoffenmanager Verf- en Drukinktindustrie kan gebruikt worden voor het beoordelen van de blootstelling aan inhaleerbaar stof (poeders) en vloeistoffen (zowel vluchtige als niet vluchtige vloeistoffen). Het model is niet geschikt om verspanende werkzaamheden en hete werkzaamheden (lassen, slijpen, solderen) te beoordelen.

Betrouwbaarheid gegevens
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor de juiste invoer van gegevens. Borging op kwaliteit van de ingevoerde gegevens, anders dan de in de database oplosmiddelen aanwezige componenten, vindt niet door de Stoffenmanager Verf- en Drukinktindustrie plaats.

Meer informatie
Meer informatie over de Stoffenmanager kunt u vinden in het TNO/Arbo Unie rapport: 'Stoffenmanager, a web-based control banding tool using an exposure process model'. Deze is hier gratis te downloaden (PDF): Stoffenmanager, a web-based control banding tool using an exposure process model
Meer informatie over de kwantificering van het Stoffenmanager model kunt u vinden in het TNO/Arbo Unie rapport: 'Stoffenmanager exposure model: development of a quantitative algorithm'. Deze is hier gratis te downloaden (PDF): Stoffenmanager exposure model: development of a quantitative algorithm

naar boven